132 REMOUCHAMPS (Ninglinspo-Chefna-Amblève) 15.6 Km

 

 

 

 

Download route in GPX-file HIER
(Linkermuisknop, daarna kiezen voor downloaden)

NINGLINSPO Toen we de naam voor de eerste keer hoorden dachten we aan een gebied of rivier ergens in Azië.
Achteraf bleek het de enige bergrivier in België te zijn.
Het is een zijtak van de meer bekende rivier Amblève bij Remouchamps wat weer bekend is om zijn druipsteengrotten.
Langs deze rivier heeft men een wandelroute uitgezet die vanwege zijn unieke omgeving waaronder vele watervallen, avontuurlijke paden, het wilde karakter en het mooie natuurschoon al jaren zeer geliefd is bij de toeristen en alles in zich heeft voor een onvergetelijke wandeling.

Het vertrekpunt voor de wandelroute van de Ninglinspo begint op een parkeerplaats in het dorpje Sedoz. Hier kunt u gratis parkeren en loopt u direct het bos in. Er is hier ook een café-restaurant gevestigd en tevens staat hier een groot informatiebord met de diverse routes. De gele route is 2,5 km, de blauwe route is 6 km lang. De blauwe route is duidelijk aangegeven maar het makkelijkste is gewoon de rivier stroomopwaarts volgen en dan de borden naar het uitkijkpunt Drouet volgen.

Wij doen dat dus niet omdat we toch wel een groter stuk van dit prachtig stuk Ardennen willen ontdekken en verlaten op het laatste stuk de Ninglinspo om nog hoger te klimmen naar het punt waar het riviertje de Chefna zich naar beneden stort om uit te monden in de grotere rivier de Amblève.

Le Ninglinspo

001 WP LE NINGLINSPO

We hebben ervoor gezorgd dat we al héél vroeg op het startpunt van deze route zijn, zodat de toeristen die alleen de kleinere route langs de Ninglinspo volgen nog moeten arriveren.
Om te vermijden dat men tijdens het eerste stuk al in een “file” terecht komt, adviseer ik toch om zeker voor 08:00 uur ’s-morgens aan de tocht te beginnen.
Onze route is bijna 17 km en hier hebben wij bijna 7 uur over gedaan, de rust pauzes zijn minimaal geweest omdat men nadat men de Ninglinspo heeft verlaten zo goed als geen rustplekken of banken tegenkomt.

Deze route betreft dus meer foto’s dan tekst dat zal u inmiddels wel duidelijk zijn er is weinig over te vertellen.
Na zo’n 3km verlaten wiij de Ninglinspo op het punt waar het riviertje overgaat in  de Le Hornay.
We zullen wel nog wat moeten stijgen maar het pad is op de meeste plaatsen breed en maar af en toe komt men door drassige gebieden.

 

 

We lopen dan 4 km relatief vlak over een plateau naar een hoogte van rond de 500m. naar Ville au Bois.
Het is begrijpelijk dat in dergelijke vlakke omgeving het regenwater wordt opgevangen waarmee de omliggende riviertjes worden gevoed.

002 WP RAU DU CHEFNA

Dit is de plek waar het riviertje ontspringt en waar het zich als het ware 320 meter naar beneden stort om uit bij Ferme de Quarreux uit te monden in de Amblève.

Vroeger heeft men in het rivierwater naar goud gezocht. Op de rechteroever liggen de mijnputten van een primitieve 19e-eeuwse goudmijn, maar tegenwoordig is daar niet veel meer van te zien. Er is ooit goud gevonden, maar het was een kleine hoeveelheid. De opbrengst bedroeg 0,40 gram goud per ton gesteente. Toch zou er eind 19e eeuw een uitbater ‘bijna’ miljonair zijn geworden.

 

 

Wij volgen dit riviertje waarbij de omgeving ook ruig is ofschoon iets minder ruig dan het stuk langs de Ninglinspo en steken op het einde de Amblève over.
Hou er wel rekening mee dat de afstand langer is en persoonlijk vind ik een afdaling in een dergelijk gebied, vermoeiender dan een stijging.
Een bank om even uit te rusten kunt u vergeten en ook hier is het weer van het allergrootste belang dat proviand en zeker voldoende drinken meegenomen wordt.

003 WP AMBLÉVE

De rivier ontspringt in de plaats Honsfeld in de gemeente Büllingen, op 640 meter boven de zeespiegel. Het bekken is gelegen in de Hoge Ardennen, de hoogst gelegen regio van België. Baraque Michel is met 674 meter een van de hoogste punten van België en vormt een deel van de waterscheiding van het bekken van de Amblève. De monding van de Amblève (in de Ourthe, die weer uitmondt in de Maas) nabij Comblain-au-Pont is daarentegen op slechts 120 meter hoogte gelegen. De Amblève heeft hierdoor een erg hoog verhang.

De vallei van de Amblève is vooral erg smal. Nabij Fond de Quareux is de vallei het smalst, terwijl de vallei nabij het dorpje Cheneux relatief breed is. De vallei wordt gezien als een van de mooiste gebieden in de Hoge Ardennen.

 

 

We volgen deze rivier tot aan Nonceveux, die dan weer eens op gelijk niveau en dan weer diep beneden ons stroomt en dit door een bosrijke omgeving.

Voor de video impressie: https://youtu.be/JeonfhI20A8

 

Advertenties

131 MORTIER-BOLLAND-MORTIER 12.7 km

 

 

 

Download route in GPX-file HIER
(Linkermuisknop, daarna kiezen voor downloaden)

MORTIER

Vandaag starten we in Mortier een deel gemeente van Blégny, gelegen in de Waalse provincie Luik en onderdeel uitmakend van het bijzonder mooie Land van Herve.
Door deze streek lopend zal niemand mij het kwalijk nemen als ik dit glooiend landschap een beetje vergelijk met de Italiaanse Toscane.
De heerlijkheid Mortier was vanouds een Karolingisch bezit. In de 10e eeuw kwam deze aan het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Aken, welke de voogd, feitelijk de heer, aanstelde. Dit bleef zo tot de Luikse Revolutie eind 18e eeuw. Mortier ging deel uitmaken van het Graafschap Dalhem. De eerst bekende voogd was Renier Coye, die deze functie begin 14e eeuw uitoefende. In 1557 kwam Mortier aan de Koning van Spanje en in 1686 verkocht deze de voogdij weer.
De Sint-Pietersparochie en de Sint-Pieterskerk zijn al zeer oud en zowel het patronaatsrecht als het tiendrecht behoorden toe aan het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Aken.

De weersverwachtingen zijn goed maar als we aan onze tocht beginnen zien we toch enkele dreigende wolkenpartijen en we hebben niet zoals gebruikelijk regenkleding bij ons.

Opvallend is dat men in deze omgeving en over het algemeen in België, veel ezels tegen komt en daar bedoel ik verder helemaal niets mee.

De streek is prachtig en straalt een zekere rust uit en toch zijn de grote steden zoals Maastricht (29 km), Luik (18 km) en Aken (45 Km) niet ver hier vandaan.

Na 4 km hebben we de mogelijkheid om de route, want er zitten op bepaalde punten toch wel behoorlijke klimmetjes in, af te korten waarbij we bij waypoint AFKORTING (Rechts pad volgen) het pad rechts blijven volgen.
Hierdoor korten we de route af met ongeveer 4 kilometer maar komen dan wel achter Bolland weer op de route uit.
Wij kiezen er echter voor om de route helemaal te lopen.

 

 

 

 

 

Zoals gebruikelijk in België evenals in Zuid-Limburg gaan veel routes door weilanden en soms privé terreinen.
Men maakt dan gebruik van valhekjes ook wel op z’n limburgs stegelkes genoemd.
Persoonlijk zijn wij geen liefhebbers van deze routes, omdat het vaak weilanden zijn waar vee in loopt en soms zelfs midden over een boerenerf loopt waar loslopende honden een bedreiging kunnen zijn.

Tegenwoordig is schuilt er het gevaar van de aanwezigheid van teken door het hoge gras.
De klimaatverandering heeft ervoor gezorgd dat deze insecten de winter makkelijk kunnen overleven waardoor de populatie van deze ziekte overbrengers alleen maar is toegenomen.
Het sowieso altijd goed om na een wandeling in bos- en grasrijke gebieden te controleren op de aanwezigheid hiervan.

Bij het plannen kan ik hier vaak niet rekening mee houden omdat deze vaak als weg of pad worden aangeduid.
Als de eigenaar van een dergelijk stuk om een of andere reden besluit het valhekje weg te halen of af te sluiten zit men met een probleem en moet men ter plekke gaan navigeren om een andere route te vinden die de route kilometers langer kan maken.
Of zoals we in deze route even voor Mortier op een punt aankwamen waar een droog gevallen beek als pad was aangegeven echter toen wij er waren stond de beek vol water.

BOLLAND

Genoemd naar het riviertje wat er doorheen stroomt. Tot de opheffing van het hertogdom Limburg was Bolland een protectoraat van het hertogdom. In naam was Bolland eigendom van de markies van Antwerpen. Net als de rest van het hertogdom werd Bolland bij de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden door de Franse Republiek in 1795 opgenomen in het toen gevormde Ourthedepartement.
Met het Kasteel van Bolland, de kasteelboederij en de Sint-Apollinariskerk vormt dit alles een bijzonder mooi architectonisch geheel.
De vierkante woontoren van het kasteel is een overblijfsel van het middeleeuwse gebouw, andere delen zijn uit de 16e eeuw. In de 17e eeuw werden grote verbouwingen uitgevoerd. De middeleeuwse eigenaren waren de families D’Houffalize en Brandenberg, gevolgd in de 16de en 17de eeuw door de families van D’Eynatten, Berlo en Groesbeek. De familie De Lannoy verwierf het kasteel in de 17de eeuw en behield het tot de 19de eeuw; toen werd het eigendom van de Berlaymonts. Van hen verwierf baron Adhémar de Royer de Dour de Fraula het kasteel in 1920 en zijn nakomelingen wonen er nog steeds.
Het kasteel was ooit omgeven door een gracht. In de omgeving zijn er ook de overblijfselen van een Minderbroedersklooster, gesticht in de 17de eeuw door Jean de Berlo, heer van Bolland, en zijn echtgenote Marguerite d’Eynatten.

 

 

 

 

Uitzicht op Mortier START/FINISH

130 NEROTH-DAUN-NEROTH (Eifelsteig 10.2) 24.6 Km

 

 

 

Download route in GPX-file HIER
(Linkermuisknop, daarna kiezen voor downloaden)

Etappe 10 GEROLSTEIN – DAUN

10.2  NEROTH-DAUN-NEROTH (Eifelsteig 10.2) 24.6 Km

“De Eifelsteig” is een wandelroute van Kornelimunster bij Aken naar Trier, dwars door de Eifel met een lengte van 313 Km.De route is onderverdeeld in 15 etappes .Om de route aantrekkelijk te maken als rondwandeling deel ik de etappes op, het is de bedoeling dat we de route van de Eifelsteig volgen tot een bepaald punt, waarna we via een door mij uitgezette route weer terug keren naar ons startpunt.Dit om 2 reden: 1e de route kan gelopen worden wanneer het uitkomt en 2e de omgeving in de buurt van de Eifelsteig wordt ook eens onder de aandacht gebracht.

Als we naar het hoogteprofiel kijken 800 hoogtemeters en naar 24.6 kilometers, mogen we er wel van uitgaan dat vandaag de zwaarste etappe zal zijn van de door ons geplande etappes.
Gelukkig is het weer goed te noemen en de temperatuur eigenlijk ideaal voor deze tocht.
Met het vinden van een geschikte parkeerplaats hebben we nu, eigenlijk voor de eerste keer een beetje een probleem.
Het kleine plaatsje Neroth heeft wel voldoende ruimte hiervoor maar meestal is het privé bezit, dus wijken we uit naar het hoger gelegen plaatselijk kerkhof.

NEROTH

Een plaatsje van nog geen 1000 inwoners en niet of nauwelijks parkeerplaatsen, wat wel mooi gelegen is in een dal.

Daar is het zowat allemaal mee verteld.

Oh pardon het herbergt een Mausefallenmuseum met de grootste muizenval van de wereld, ze hebben een Mausenfalhotel en het wordt al in dokumenten uit 1388 voor het eerst genoemd. Zo!

Het muizevallen verhaal schijnt te maken te hebben met het feit dat ene Theodor Kläs die leraar was en op zijn vele reizen door Europa het draadvlechten heeft geleerd, de vrouwen van Neroth in 1840 leert muizevallen en rattenvallen te maken en die hun mannen gingen die dan weer verkopen in heel Duitsland, Slowkije, Zwitserland en zelfs Hongarijen. Zodoende konden ze een kleine welvaart in stand houden voor hun gezin. Tot in de jaren 70 van de afgelopen eeuw heeft ene Josef Pfeil zich met deze vorm van draadvlechtnijverheid bezig gehouden.

Tip van mij: Als nu eens zorgden voor een betere parkeergelegenheid in Neroth zodat de toeristen en dagjesmensen die door het dorp rijden op weg naar Daun hier de mogelijkheid hebben hier te stoppen en een beetje rond te kijken in hun mooie omgeving, dan zouden ze die welvaart kunnen continueren.

Vanaf de “parkeerplaats” kijken neer op het centrum van Neroth en we lopen naar het punt waar we de laatste keer de Eifelsteig hebben verlaten het veldkruis.
In de verte zien we de Nerother Kopf waar we midden overheen moeten.

Zoals in de meeste gevallen zullen we eerst 100m moeten dalen, in dit geval naar het riviertje de kleine Kyll alvorens we aan komen aan de voet van de Nerother Kopf.

Tijdens de beklimming komen we weer een gedenteken tegen, ditmaal van de kinderen Marlene en Peter Pantenburg beide in de leeftijd van 7 en 9 jaar die op Zondag 15 augustus 1954 om het leven zijn gekomen door de ontploffing van een gevonden ontsteking van een V1 uit de 2e Wereldoorlog.

 

In de tussentijd wordt de beklimming zwaarder en de omgeving ruiger, waardoor onze gemiddelde snelheid behoorlijk zakt.

Het pad leidt ons naar een imposant beukenbos, naar de top van de vulkaankegel, de Nerother Kopf. De markante vulkaankegel van de Nerother Kopf met een hoogte van 647 meter bestaat uit poreus lavagesteente met een grote hardheid en is 15000 jaar geleden ontstaan, als hier de aarde gloeiend magma heeft uitgebraakt. Aan de nu beboste breukrand vinden we nog grote lavabrokken en de Mühlsteinhöhle waaruit tussen de 13e en 17 eeuw molenstenen zijn uitgehakt. De Nerother Kopf dankt zijn naam aan Keizer Nero en volgens een sage zit er de duivel.

 

 

Als we in de klim door het eeuwenoude beukenbos bijna aan de top van de Nerother Kopf komen, staan we voor de Mühlsteinhöhle. De toegang tot de grot wordt afgesloten door een hekwerk. Op de rotsen aan de rechterzijde vinden we een opvallende gedenksteen. Hier in de Mühlsteinhöhle is in de nacht van 31 december 1919 op oudejaarsavond de Nerother Wandervogel opgericht door de idealistische tweelingbroers Robert Oelbermann (1886-1941) en Karl Oelbermann (1886-1974). Het is een jeugdbeweging, die een afsplitsing is van de Wandelvogel, opgericht op 4 november 1901 door Karl Fischer en waarvan de leden zich afkeren van de kapitalistische maatschappij van de volwassenen en zich terugtrekken in de natuur met een hang naar vriendschap, natuur, solidariteit, vrijheid en broederschap. De beweging van de Nerother Wandervogel ontstaat uit onvrede na WOI als de idealen van de oorspronkelijke Wandervogel in een politiek jasje worden gegoten en veel Duitsers sympathie gaan vertonen voor het Nationaal Socialisme van Adolf Hitler. Het “Verbond van de Mühlsteinhöhle” wordt in 1933 gedwongen zich op te heffen en gaat ondergronds om in WOII dapper weerstand te beiden tegen het Naziregime. Dit moet Robert Oelbermann in 1941 met de dood bekopen in het concentratiekamp Dachau.

Op de top van deze berg zien we de resten van Burg Freudenkoppe, die in 1337 al wordt vermeld. De burcht is aan drie kanten omgeven met een droge gracht en de nog bestaande resten van de ruïne Burg Freudenkoppe zijn in 1984-1985 gerestaureerd.

Als we deze berg weer hebben afgedaald,  komen we aan een groot graslandschap wat schijnbaar niet altijd zo is geweest.

Het is ontstaan als gevolg van een krachtige orkaan genaamd Xynthia die hier op 28 februari 2010 verwoestende sporen heeft achtergelaten.

Ook de route van de Eifelsteig werd hierdoor geblokkeerd maar Boswachter Gerhard Herzog van het Forstamt Daun kwam op het originele idee de door de storm ontwortelde bomen zo te laten liggen en door het bouwen van een 2,5 meter hoge trap met een lengte van 15 meter deze hindernis te overwinnen, waardoor de wandelaar een indrukwekkend beeld heeft van de stormschade.

We zakken af naar Neunkirchen en hebben dan sinds de Neroher Kopf toch weer zo’n 250m gedaald, echter Neunkirchen zelf doen wij niet aan.
Aan de rand ervan richting Daun krijgen we toch weer te maken met kleine maar toch heftige steiging.

Dan zien we Daun voor ons liggen.

Na een groot sportcomplex en industrieterrein verlaten we de Eifelsteig en volgen de terug route richting Daun waarbij we voordat we deze plaats binnenkomen toch weer behoorlijk moeten dalen.

Via het oude centrum en de Burghof (links boven op de foto) verlaten we dit leuke Eifelstadje en door een prachtige omgeving lopen we weer terug naar Neroth, waarbij we de Nerother Kopf op afstand weer eens kunnen bewonderen.
Gelukkig hoeven we er niet meer overheen maar we zullen toch voorlopig nog niet zijn verschoond van enkele pittige beklimmingen zoals voor en na het plaatsje Steinborn.

 

 

 

Het was een lange en zware tocht en ofschoon het moeilijk is aan te geven of een tocht zwaar of middelmatige is kunnen we deze zeer zeker het predicaat zwaar meegeven.
Wij zijn dan ook blij als de kerk van Neroth voor ons opdoemt.

Het eindpunt is van deze voorlopig laatste etappe van de Eifelsteig, hebben nu gelopen van Kornelimünster naar Daum en terug waarmee een afstand is gemoeid van 413 kilometer en 10 van de 15 etappes erop zitten.

 

 

 

 

129 GEROLSTEIN-NEROTH-GEROLSTEIN (Eifelsteig 10.1) 20.6 Km

 

 

 

Download route in GPX-file HIER
(Linkermuisknop, daarna kiezen voor downloaden)

 

Etappe 10 GEROLSTEIN – DAUN

10.1  GEROLSTEIN-NEROTH-GEROLSTEIN (Eifelsteig 10.1) 20.6 Km

“De Eifelsteig” is een wandelroute van Kornelimunster bij Aken naar Trier, dwars door de Eifel met een lengte van 313 Km.De route is onderverdeeld in 15 etappes .Om de route aantrekkelijk te maken als rondwandeling deel ik de etappes op, het is de bedoeling dat we de route van de Eifelsteig volgen tot een bepaald punt, waarna we via een door mij uitgezette route weer terug keren naar ons startpunt.Dit om 2 reden: 1e de route kan gelopen worden wanneer het uitkomt en 2e de omgeving in de buurt van de Eifelsteig wordt ook eens onder de aandacht gebracht.

Gisteren woensdag hebben we onze rustdag genoten en de weersverwachtingen zijn dus uitgekomen, het heeft zowat de hele dag geregend.
Geen probleem voor ons, eerst lekker uitgeslapen en daarna goed uitgerust om weer fit te zijn voor de resterende etappes.
We hebben het vermoeden dat vandaag wel de zwaarste op het programma staat.
Ruim 20 kilometer als de geplande terugweg klopt en volgens het hoogte profiel 625 hoogtemeters.
Als we naar ons startpunt naar Gerolstein rijden ziet het weer er niet hoopvol uit, gelukkig zijn we hierop altijd voorbereid en hebben onze poncho’s altijd mee.
We zullen veel door een bosrijke omgeving moeten lopen en hopen dat dit ons tegen de regen enige beschutting zal geven.

Gerolstein

We parkeren onze auto op de Hauptstrasse vlakbij het Naturkunde Museum Gerolstein (zie foto boven) hier is voldoende vrije parkeergelegenheid en het is maar een paar meter naar het punt waar we in de vorige etappe de Eifelsteig hebben verlaten.

Daar beginnen we al meteen met een stijging 250m naar het hoogste punt voor vandaag de Dietzenley op een hoogte van 620m gelegen.
Na een paar meter hebben we al een prachtig uitzicht over het stuk van Roth naar Gerolstein.

 

 

 

We bevinden ons in een rotsachtige en bosrijke omgeving wat met dit weer toch een ander sfeer tentoon stelt.

De paadjes waarover we lopen zijn smal en glibberig en het is goed uitkijken voor de vele boomwortels.

 

 

 

 

Gelukkig worden deze op een gegeven moment breder en het is niet harder gaan regenen zodat het bos een goede beschutting vormt.
Als we 2,5 km hebben afgelegd komen we aan de Büschkapelle.

Graaf Karl Ferdinand von Gerolstein kwam met zijn vrouw terug van een bezoek aan familieleden. Als de koets het Gerolsteinerbos bereikt ten hoogte van het Davidskruis, krijgt de gravin een onverklaarbare innerlijke onrust. De gravin verzocht haar man om samen met haar de koets te verlaten en hun tocht verder te voet voort te zetten. De graaf zag dat zijn vrouw bibberde en kippenvel kreeg en ging zonder aarzelen op haar verzoek in. Beide verlieten de koets en gingen haastig te voet verder. Pas toen ze de oprit bereikten en kort daarna de vrije hoogte op Kockerath, zakte de angst van de gravin een beetje weg. Slot Löwenburg was nu als een reddingshaven in de buurt.

 

Al snel gingen beide door de grote poort, waarna verschillende schoten echoden uit het bos. Met een luide kreet van angst liet de gravin zich in de armen van de kamenierster (vrouwelijke bediende) zakken. De koetsier had niet zoveel vooruitgang geboekt met de koets, hij moest eerst door het smalle ravijn rijden dat bijna te smal was voor een wagen. Daarna was de weg breder, maar zakten de wielen weg in het zachte rode zand. Omdat de koetsier de paarden op verzoek van de heren in draf liet lopen, liet hij de teugels wat losser. In het midden van de grote boog sprongen twee vermomde figuren uit het dichte kreupelhout. De paarden schrokken van de plotselinge beweging waardoor de paarden steigerden en daarna galopperend wegrenden. Woedend schoten de rovers op de koets en raakte een van de kogels de koetsier zijn hoed. De overige kogels vernielden de ramen, bekleding en kussens van de koets precies op de plaats waar de gravin had gezeten.

 

Terwijl de kamenierster zich met de gravin bezig hield, ging de graaf Karl Ferdinand samen met de burggraaf naar de uitkijktoren waar men een goed uitzicht had op het bos. In het begin was alles stil, daarna hoorde men eerst zacht en daarna steeds luider het gerommel van een koets en het geluid van galopperende paarden naderen. Al snel verscheen de koets in een stofwolk. De graaf gaf het bevel om de kasteelpoort te openen, zodat de hectische rit eindigde op de binnenplaats. Toen de graaf en gravin het verslag van de koetsier hoorden en de doorzeefde koets zagen, beseften zij voor wat een groot gevaar God hen beschermd had. Op de plek waar de overval had plaatsgevonden, liet Karl Ferdinand een kruis van dank plaatsen, het graafkruis. Het kruis heeft de inscriptie: “Karl Ferdinand Graaf van Manderscheid, Blankenheim, Gerolstein, Heer van Cronenburg, Bettingen en Daun heeft dit kruis opgericht als gevolg van een grote tegenslag.” Daaronder stond het jaartal 1680. Helaas werd het kruis van de graaf vernietigd in de laatste oorlog.

De gravin was niet tevreden met het kruis van dankzegging. Ze had gezworen een kapel te bouwen voor de wonderbaarlijke redding. Ze gaf niet toe voordat haar man de gelofte had vervuld. De kapel kreeg de naam Büschkapelle en was de heilige drie-eenheid, de moeder van God, de St. Joseph, de St. Barbara en de st. William toegewijd. De overvaller Scharding uit Gees en zijn handlangers ontvingen kort daarna hun verdiende straf. Ze werden opgepakt door de handlangers van de graaf en alle ter dood veroordeeld.

De kapel raakte in verval gedurende de oorlogen van de vorige eeuwen en door de vlucht van de familie van de graaf naar Bohemen. Pas in de jaren 1852/53 richtte de familie Daubach uit Gerolstein de veelbezochte en populaire Büschkapelle van vandaag op.

Grafenkreuz

Ietsje verderop komen we aan het Davitzkreuz, de plaats dus waar de Gravin moet zijn bevangen door een onverklaarbare innerlijke onrust en waar ze uit de koets moeten zijn gestapt.

We moeten dan nog 2 km klimmen om het hoogste punt te bereiken.

001 WP DIETZENLEY

Met uitzondering van vandaag, als wij ons de moeite getroosten om de toren te beklimmen zien we door de regen en mist helemaal niets.
Zodoende heb ik voor de foto gebruik moeten maken van wat er wordt aangeboden op internet.

Soms komen we op onze tocht bijzondere gedenktekens tegen zoals (foto links), afgeleid van de bekende “steenmannetjes” waarmee in de bergen routes worden aangeduid of van het Joods gebruik om bij het bezoeken van een graf een steen achter te laten om hun doden te eren en/of de herinnering aan hun dierbaren levend te houden.

 

 

 

 

 

Of (foto rechts) als herinnering aan de plek waar iemand onder bepaalde omstandigheden is gestorven zoals deze Robert Bernads, hoogwaarschijnlijk bezig aan de Camino en op deze plek op 13 mei 2018 (ongeveer een jaar geleden) moet zijn gestorven.

We zijn toch wel blij als we in de verte de eerste huize van Neroth zien liggen.

NEROTH

Eigenlijk komen we tijdens deze etappe helemaal niet door het centrum van dit plaatsje, we laten het om het zo maar eens te zeggen “rechts liggen”.
Aan de rand van Neroth bij dit veldkruis verlaten we de Eifelsteig om de korstmogelijke weg terug naar Gerolstein te vinden.

We hebben dan toch nog zo’n kleine 9 km te gaan, ten minste als alles meezit .

Laten we eerst maar eens richting de K33 lopen, de weg die het dorpje Gees met Neroth verbindt.

 

 

 

Als we een tijdje over deze weg hebben gelopen besluiten we toch een pad te nemen dat een tijdlang zo goed als parallel van deze weg loopt en nemen het feit dat we dan iets moeten klimmen maar voor lief.
Niet dat de k33 een drukke verkeersweg is maar het is toch raadzaam goed aan de kant te lopen want er zitten veel bochten in deze weg en daardoor is het moeilijker voor de enkele automobilisten om uit te wijken.

Om niet te veel kilometers te lopen moeten we toch weer afdalen naar deze weg om Gees te bereiken.

Als we Gees zijn doorgelopen kunnen we in verte de Kasselburg van Pelm zien liggen, bekend om zijn Adler- und Wolfspark en hoog gelegen boven het dorpje Pelm langs de K33.

Ook deze keer zijn we weer heel blij als we in verte, beneden in een dal, Gerolstein zien liggen.

 

128 ROTH-GEROLSTEIN-ROTH (Eifelsteig 9.2) 18.9 Km

 

 

 

Download route in GPX-file HIER
(Linkermuisknop, daarna kiezen voor downloaden)

Etappe 9 HILLESHEIM – GEROLSTEIN

9.2  ROTH-GEROLSTEIN-ROTH 18.9 Km

“De Eifelsteig” is een wandelroute van Kornelimunster bij Aken naar Trier, dwars door de Eifel met een lengte van 313 Km.De route is onderverdeeld in 15 etappes .Om de route aantrekkelijk te maken als rondwandeling deel ik de etappes op, het is de bedoeling dat we de route van de Eifelsteig volgen tot een bepaald punt, waarna we via een door mij uitgezette route weer terug keren naar ons startpunt.Dit om 2 reden: 1e de route kan gelopen worden wanneer het uitkomt en 2e de omgeving in de buurt van de Eifelsteig wordt ook eens onder de aandacht gebracht.

Na een paar dagen van vrij veel regen ziet het er vandaag een stuk vriendelijker uit en we parkeren onze auto bij de Kerk van Roth.
Er is hier voldoende plek om vrij te kunnen parkeren en van die plek lopen we naar het punt waar we bij de vorige etappe de Eifelsteig hebben verlaten.

Al gauw bevinden wij ons weer in een prachtige omgeving.

Het is al gelijk klimmen geblazen en het is goed uitkijken omdat de paden door de regen nogal glad zijn.
Na een paar kilometer komen we aan een rotsformatie die de Eishöhle en Mühlsteinhöhle worden genoemd.
De eerste wordt zo genoemd omdat er binnen in de grot het hele jaar door gemiddeld een temperatuur gemeten wordt van 4 ° celsius dus net zo koud als thuis in de ijskast.
Deze werd in vroegere tijden gebruikt als voorraadkamer, toevluchtsoord bij eventuele oorlogen en schuilplaats bij slecht weer.
Ook maken vleermuizen er gebruik van tijdens hun winterkwartier.

 

 

De Mühlsteinhöhle is ontstaan door het het uitkappen van molenstenen zoals op onderstaande foto als voorbeeld nog is te zien.

We klimmen naar 575m hoogte, dalen weer zo’n 10m en komen aan bij het op 566m hoogte gelegen waypoint

002WP ROTHER KOPF

Genietend van het prachtige uitzicht nemen even van de gelegenheid gebruik en lassen een korte pauze in.
Dat is op z’n tijd ook wel nodig want we bevinden ons niet voor niets in het middelgebergte  wat als kenmerk heeft een grotere hoogte en meer reliëf heeft dan het laaggebergte of heuvelland.
Op de foto’s lijken het heuvels maar als je aan de voet staat en je moet er overheen, denk je daar toch wel anders over.

Rivieren en stuwmeren liggen meestal op lager gelegen hoogtes dus dalen we over een afstand van 3 km zo’n 150m naar

003WP STAUSEE GEROLSTEIN

De eerst volgende rotsformatie die we tegenkomen is

004 WP AUBERG

Deze maakt onderdeel uit van de groep bergen rond Gerolstein de zogenaamde Gerolsteiner Dolomieten.
Als we de L29, de drukke weg naar Gerolstein zijn over gestoken zitten we gelijk in deze Dolomieten.
Een kalk rif van ongeveer 1,8 miljoen jaar oud  die zo wordt genoemd omdat deze formatie rotsen erg veel lijkt op de Dolomieten in Italië.
Als je wilt genieten van een mooi uitzicht moet je haast altijd je de moeite nemen om een behoorlijk stuk te klimmen en meestal gebeurd dit dan over kleine smalle bospaadjes waar je goed moet uitkijken dat je niet struikelt over boomwortels waardoor je het evenwicht kunt verliezen.
Als je een beetje last hebt van hoogtevrees kun  je dit beter achterwegen laten en overlaten aan mensen die hier iets meer ervaring in hebben.
Naar mate we meer in deze Dolomieten zijn komen we meer mensen op ons pad tegen, het is namelijk mogelijk om via bewegwijzerde wandelroutes deze bergen vanuit het centrum van Gerolstein te bezoeken.

 

 

 

 

 

 

 005 WP MUNTERLEY

 

 

De mooiste en bij de toeristen, voor hun die nog over een goede conditie beschikken want de klim ernaar is zwaar, populairste plek omdat men hier kan genieten van het prachtig uitzicht op het centrum van Gerolstein en de omgeving.
We kunnen ons nu een indruk vormen van wat ons nog te wachten staat.
Eerst dienen we van hieruit nog eens 100m te stijgen om via de Buchenhöhle en de Hagelkaule  200m te dalen naar het centrum van Gerolstein waar we voor vandaag de Eifelsteig verlaten  en dan weer bijna 300m moeten stijgen want we moeten weer over deze bergen voor de route terug naar Roth.

 

 

 

 

GEROLSTEIN

 

Als deze spoorlijn en tevens de rivier de Kyll via een viaduct zijn overgestoken lopen we het centrum van Gerolstein in.

Deze stad van ongeveer 7.500 inwoners staat hoofdzakelijk bekend om zijn mineraalwaterbronnen waarvan de Gerolsteiner Sprudel gebotteld wordt.

De spoorlijn is de Eifelbahn, een niet elektrische spoorlijn van Keulen naar Trier en een aftakking van de Eifelquerbahn naar Mayen en Andernach.

Buiten de Gerolsteiner Dolomieten heeft de stad als bezienswaardigheid ook nog de Leeuwenburcht, de Erlöserkirche en Burg Lissingen.

 

Vanuit het centrum klauteren we weer omhoog.

 

Bij dit kruispunt zitten we weer boven de Munterley en lopen hier rechtdoor, we steken als het ware de Eifelsteig over.

In eerste instantie zou je zeggen hier klopt iets niet want het pad ziet niet als vaak bewandeld uit, achteraf valt het allemaal mee.

Het pad komt uit op de L29 die we rechts inslaan en volgen tot de rotonde.

008 WP BUCHENHOF

Als we achterom kijken zien we de Dolomieten nog liggen en stellen vast dat we de Buchenhöhle en de Hagelkaule aan de onderkant zijn gepasseerd.

 

 

 

Langzamerhand begint de vermoeidheid ons toch parten te spelen en we zijn dan ook ontzettend blij als we in de verte het eindpunt van deze etappe voor ons kunnen zien liggen.

 

127 HILLESHEIM-ROTH-HILLESHEIM (Eifelsteig 9.1) 17.8 Km

 

 

 

Download route in GPX-file HIER
(Linkermuisknop, daarna kiezen voor downloaden)

 

Etappe 9 HILLESHEIM-GEROLSTEIN

9.1 HILLESHEIM – ROTH – HILLESHEIM 18.9 Km

“De Eifelsteig” is een wandelroute van Kornelimunster bij Aken naar Trier, dwars door de Eifel met een lengte van 313 Km.
De route is onderverdeeld in 15 etappes .
Om de route aantrekkelijk te maken als rondwandeling deel ik de etappes op, het is de bedoeling dat we de route van de Eifelsteig volgen tot een bepaald punt, waarna we via een door mij uitgezette route weer terug keren naar ons startpunt.
Dit om 2 reden: 1e de route kan gelopen worden wanneer het uitkomt en 2e de omgeving in de buurt van de Eifelsteig wordt ook eens onder de aandacht gebracht.

 

In alle vroegte reizen we af naar Stadtkyll in de Eifel, een plaats in de duitse deelstaat Rijnland-Palts die deel uit maakt van de Landkreis Vulkaaneifel.

Het is de bedoeling dat we hier 4 dagen zullen overnachten en vanuit deze plaats gaan we proberen 4 etappes van de Eifelsteig op onze naam te schrijven.

Mocht dit ons lukken dan hebben we naar schatting tussen de 90 en 100 Km te voet afgelegd en meer als 2400 hoogtemeters overwonnen.

Een en ander is natuurlijk sterk afhankelijk van de weersomstandigheden alsmede onze konditie.

De derde dag, de woensdag, zullen we gebruiken als rustdag.

HILLESHEIM

 

Vanaf de parkeerplaats lopen we naar het punt waar we de vorige keer de Eifelsteig hebben verlaten  https://hanskosterwandelroutes.wordpress.com/2018/09/13/113-flesten-hillesheim-flesten-8-2-eifelsteig-25-1-km/

Voor zover ik nu kan beoordelen zal er over de etappes die nu volgen weinig te vertellen zijn, het gaat nu hoofdzakelijk om de gigantisch mooie omgeving en ik hoop dat ik aan de hand van de foto’s, u een indruk kan verschaffen.
De weeromstandigheden vallen op het ogenblik enigszins mee en zijn eigenlijk voor dit doel ideaal te noemen, echter de weersverwachtingen zijn minder gunstig.

 

 

 

Het eerste plaatsje wat we aandoen is Bolsdorf en komen daar meteen langs Kleines Museum Bolsdorf , een museum dat van allerhande gebruiksvoorwerpen tentoon stelt uit lang vervlogen tijden.

 

 

 

 

Misschien is het wel goed om te vermelden dat ik besloten heb om geen fotoapparatuur meer mee te nemen tijdens onze tochten.
Dit werd me te zwaar en maken van een foto, omdat ik niet gebruik maakte van automatische standen, nam veel tijd in beslag.
Ik gebruik nu gewoon mijn mobiele telefoon voor het maken van foto’s en moet er bij zeggen dat ik hier toch nog wel even voor moet oefenen.
Vooral het ontbreken van een optische zoeker is erg lastig vooral in overmatig zonlicht, dan is op het beeldscherm bijna niets te zien en is het eigenlijk op goed geluk schieten.
Het instellen van het dynamisch bereik, fotografen zullen weten wat ik hiermee bedoel, is gewoon onmogelijk.
De mobiele telefoon van tegenwoordig maakt mooie foto’s en dit zal in de toekomst nog meer gaan verbeteren maar ik blijf erbij dat het altijd het onderspit zal blijven delven ten opzichte van fotocamera’s.
Maar het gemak dient de mens en we hebben besloten dat de foto’s die mijn vrouw neemt met haar telefoon ook gepubliceerd zullen worden.

Dus vanaf nu zijn niet alle foto’s meer van mijn hand.

Een paar voorbeelden van foto’s van haar

Na ongeveer 8 kilometer doemt het plaatsje Roth in de verte voor ons op.

Op dit punt verlaten wij de Eifelsteig om via onze eigen route terug te keren naar Hillesheim.

Dan is het iedere keer weer een verassing wat ons te wachten staat en wat voor obstakels wij tegen kunnen komen waardoor wij onze route eventueel ter plekke moeten aanpassen.

 

 

Het zou zomaar kunnen voorkomen dan een van de vele riviertjes buiten hun overs zijn getreden zoals beneden, gelukkig schijnt dit hier vaker voor te komen en is er voor een noodoplossing gezorgd.
Of het pad is te smal, te hoog of te gevaarlijk, er liggen teveel ongewaaide bomen dan wordt er gezocht naar een alternatieve route.

Soms laat de natuur ons zien waartoe zij instaat is, boomwortels drukken de rotsachtige grond gewoon omhoog.

Ook deze keer was de route terug net zo mooi als de eigenlijke Eifelsteig.
Heel in de verte zien we Hillesheim liggen het eindpunt van deze etappe.

 

126 ROETGEN – MUTZENICH-ROETGEN (Eifelsteig 2.1) 22.1 Km

 

 

 

Download route in GPX-file HIER
(Linkermuisknop, daarna kiezen voor downloaden)

Etappe 2 ROETGEN – MONSCHAU

2.1 ROETGEN – MUTZENICH-ROETGEN 22.1 Km

“De Eifelsteig” is een wandelroute van Kornelimunster bij Aken naar Trier, dwars door de Eifel met een lengte van 313 Km.
De route is onderverdeeld in 15 etappes .
Om de route aantrekkelijk te maken als rondwandeling deel ik de etappes op, het is de bedoeling dat we de route van de Eifelsteig volgen tot een bepaald punt, waarna we via een door mij uitgezette route weer terug keren naar ons startpunt.
Dit om 2 reden: 1e de route kan gelopen worden wanneer het uitkomt en 2e de omgeving in de buurt van de Eifelsteig wordt ook eens onder de aandacht gebracht.

Vandaag de nog ontbrekende etappe op het traject van Kornelimünster – Hillesheim (heen en terug) waarbij we spreken over een totale lengte van 331 Kilometer.
Zodoende hebben we nu de helft van de gehele Eifelsteig gelopen.
Deze etappe heeft zolang op zich laten wachten omdat de weersomstandigheden hiervoor optimaal dienen te zijn.
De route voert langs de rand van de Hoge Venen in een gebied dat wel wat respect afdwingt door de vele moerasgebieden.
Nou zal het voor wat betreft de Eifelsteig wel meevallen maar, de terugweg die ik heb uitgezet is voor ons onbekend gebied waar we nog nooit hebben gewandeld.

ROETGEN

De plaats die pas geleden, namelijk op 13 maart 2019,  getroffen werd door een tornado waarbij 32 huizen werden beschadigd waarvan 10 onherstelbaar.

Roetgen lag op een plaats waar Romeinse heerbanen elkaar kruisten, namelijk de weg tussen Xanten en Trier, en de weg tussen Düren en Luik. Bewoning vond daar echter niet plaats. Dat geschiedde pas in de 15e eeuw, terwijl het eerste schriftelijke document daaromtrent van 1551 was. Roetgen behoorde tot het Hertogdom Gulik.

Van 1636-1660 werd de eerste kerk gebouwd. De huidige Mariakapel is daar nog een overblijfsel van. De Lutheranen kwamen in de 18e eeuw naar Roetgen, en er kwam ook een Lutherse kerk. In deze tijd was de lakenindustrie en de weverij van groot belang voor Roetgen.

In 1885 kwam de Vennbahn tot stand welke Aken met het -toen nog Duitse- Sankt Vith verbond. In 1920 kwamen de Oostkantons aan België en werd Roetgen een grensplaats. De Vennbahn echter werd Belgisch grondgebied, zodat een deel van Roetgen een exclave werd. Op 12 september 1944 was Roetgen de eerste plaats in Duitsland die door de Amerikanen werd bevrijd. België wilde de diverse exclaves annexeren, maar zag daar in 1949 van af. Het karakter als grensplaats -lang een nadeel- is geworden tot een voordeel, en Roetgen profileert zich als toegangspoort tot de Hoge Venen en de Eifel.

 

We starten bij de Lutherse Kerk in Roetgen en lopen terug naar de B258 Bundesstrasse waar we gelijk  de Eifelsteig oppakken waar we deze de vorige etappe hebben verlaten.
We lopen onder de Vennbahn door en steken het riviertje de Weser over.

 

 

 

Daarbij verlaten wij ook echt de bewoonde wereld voor 22 km en na 1,5 km ook Duits grondgebied, wij bevinden ons dan in België.

Al gauw krijgen we te maken met zogenaamde “knuppelbruggetjes” waar de Hoge Venen om bekend staan en wat een voorteken is dat we een moerassig gebied in gaan.

Buiten verwachting is dit maar van korte duur en worden de wegen zelfs erg breed, en soms zelfs een beetje verhard.

Het is duidelijk te zien dat deze door mensenhand zijn aangelegd want de omgeving is verder ruig en moerassig.
Als we 5 kilometer van onze tocht erop hebben zitten komen we op een bijzondere en historische plek.

Reinartzhof

Vroeger een nederzetting van een drietal boerderijen welke reeds in de middeleeuwen werd genoemd en waar passanten en bedevaars onderdak vonden tijdens hun tocht in dit onherbergzame gebied, een pleisterplek op de oude pelgrimsweg van Aken naar Trier die het Hertogenwald doorkruist. De eenzame bewoners van Reinart, eerst een kluizenaar, later enkele broeders laten bij mist en ’s nachts een klok luiden om verdwaalde reizigers naar de juiste weg te leiden. Geleidelijk aan ontwikkelt de kluis zich tot een heuse herberg met omliggende boerderijen op een open plek in het woud.
Ondanks het feit dat Reinartzhof erg afgelegen en geïsoleerd ligt, deelt het toch in het oorlogsleed dat de regio daar geregeld treft vanwege de grensstreek waar het in ligt.
Het leven kon hard zijn op de Hoge Venen. Op 2 februari 1845 was schoenmaker Joseph Reuter uit Roetgen naar Reinartzhof gekomen om schoenen te leveren. De bewoners van het gehucht kregen niet alle dagen bezoek en hoorden zo nieuws uit de omliggende dorpen. Het bezoek van de schoenmaker liep uit en toen hij vertrok, werd het al gauw donker. Hij verdwaalde en doolde ‘s nachts door het woud en het veen. Toen hij bij het ochtendgloren thuis aankwam, waren zijn voeten bevroren en hijzelf helemaal onderkoeld. Hij stierf korte tijd later.

Tijdens een enorme sneeuwstorm in 1953 gaat het helemaal mis en raakt Reinatzhof volledig geïsoleerd .
Na enkele dagen isolement beginnen de voedselvoorraden in Reinartzhof te slinken, maar de inwoners – in totaal 26 mensen, waaronder enkele kinderen – hebben geen mogelijkheid om de buitenwereld om hulp te vragen. Het gehucht heeft immers geen elektriciteit en dus ook geen radio- of telefoonverbinding. Er zit niets anders op dan iemand uit te sturen.
Een moedige boerenzoon begint een tocht van ruim tien kilometer dwars door het woud en de venen naar Eupen. Metershoge sneeuwmuren en ontwortelde bomen versperren geregeld de weg. Na uren komt hij tenslotte uitgeput aan in de buitenwijk Schönefeld van Eupen. De politie wordt verwittigd en hulp wordt georganiseerd. Skipatrouilles vertrekken vanuit het stadje, maar ze moeten onverrichterzake terugkeren. Er is geen doorkomen aan voor de skiërs met hun zware bepakking met voedselvoorraden. Omdat Reinartzhof vlakbij de grens ligt, wordt aan de Duitse autoriteiten gevraagd of zij hulp kunnen bieden. Een Duits hulpkonvooi doet een poging om het gehucht te bereiken, maar ook de Duitsers geraken er niet.
Uiteindelijk vraagt het leger aan Sabena een helikopter. Een Sabenatoestel, dat de dagen voordien al was ingezet in Nederland om daar te helpen bij de watersnood, kan 60 kilogram brood en levensmiddelen droppen in Reinartzhof, zodat de bewoners het weer enkele dagen kunnen volhouden.

In de jaren erna ziet de overheid niets in het verdere voortbestaan van deze nederzetting, er is namelijk geen elektriciteit en/of stomend water en men is niet van plan om dit hier te gaan aanleggen.
Tevens is er vlakbij  het Meer van Eupen aangelegd, het grootste drinkwater reservoir van België dat gevoed wordt door de Weser en omliggende beekjes en riviertjes.
De boerderijen van Reinartzhof liggen in het bron- en stroomgebied van deze riviertjes en van hieruit zou verontreinigd water in het drinkwaterbekken terecht kunnen komen.
Onteigening volgt in 1958 en in 1971 wordt na langdurig protest de laatste hoeve door de toenmalige bewoners verlaten.
Nu staat op een open plek alleen nog enkele stukjes muur, een gedenkteken, een infobord en een kapelletje.

Ieder jaar vind er een pelgrimstocht plaats ter herinnering, georganiseerd door de “Pfadfinder Raerener Kranz” dit jaar zal dat zijn op 1 mei.

We zijn dus 2 dagen te vroeg!

Na deze bijzondere plek zitten we al gauw in het Algemeines Venn  en het Imgenbroicher Venn en soms komen we heel oude veldkruisen tegen die herinneren aan personen die hier vele jaren geleden door uitputting zijn omgekomen.
Zonder onze navigatie zouden we niet graag door deze omgeving lopen en maak ik me ook een beetje zorgen om onze geplande terugtocht.
Voorlopig zitten we echter nog op de uitstekend bewegwijzerde Eifelsteig die ook nog eens op dit stuk kilometers lang een rechte en brede weg blijkt te zijn.

 

 

 

 

 

 

005 WP (Eifelsteig verlaten)

 

We bevinden ons op de “Steling” 658m. boven de zeespiegel, hier verlaten we de Eifelsteig om terug te keren naar het startpunt in Roetgen en lopen over het “smuggelpfad” een smal bospad dat in vroegere tijden en vooral vlak na de oorlog door smokkelaars werd gebruikt om handel te vervoeren van België naar Duitsland.

Veel mensen hebben hier toen het leven gelaten door nog niet opgeruimde munitie uit de oorlog of doodgeschoten door de grensbewaking.
Door de armoede gingen bewoners van de grote steden in Duitsland, waar de armoede het grootst was via de Bundesstrasse en dit paadje naar België om te smokkelen.
Daaraan dankt de bundesstrasse ook zijn naam als Himmelsleiter.

Over het algemeen valt de terugweg niet tegen maar het kan soms zijn dat het pad wordt overspoeld door het water van hogerop gelegen gebieden, vandaar dat het raadzaam is goed te plannen wanneer men deze tocht gaat ondernemen.
Niet bij zware regelval of na periodes van lange regenval.

Dan zien opeens door de bomen een betonnen constructie op ons pad.

Het blijkt een sluis te zijn die het water van de rivier de Weser kan omleiden en via een aangelegd kanaal kan afvoeren naar de de Wesertalsperre bij Eupen.

 

 

 

Tevens komen hier weer veel bergbeekjes op uit van hoger gelegen gebieden.

Dit kanaaltje volgen we een stuk en bevinden ons algauw aan de rand van Roetgen Start/Finish.

Al met al is te terugweg ons erg meegevallen, als eigenlijk ook de hele route. Het zijn wel redelijk veel kilometers maar het stijgingpercentage valt reuze mee.
Een aanrader voor iedereen die van rust en natuur houd, je hoeft in ieder geval niet bang te zijn dat je er veel mensen zult tegenkomen.
En neem vooral voldoende proviand en drinken mee.

 

Vorige Oudere items